Ga verder naar de inhoud

Wanneer iemand overlijdt door suïcide, heeft dit een grote impact op de mensen die achterblijven: familie, vrienden, collega’s én de betrokken hulpverleners. Naar schatting 22% tot 39% van de psychologen, 51% tot 82% van de psychiaters en 68% van de huisartsen worden minstens één keer in hun loopbaan geconfronteerd met een persoon die overlijdt door suïcide. Ook in zorginstellingen treft een suïcide veel zorg- en hulpverleners.

De hier opgenomen aanbevelingen kunnen een houvast bieden om goed te handelen na een suïcide, zowel op korte als op lange termijn.

STAP 1: Informeren en opvangen

Na een suïcide dienen veel betrokkenen geïnformeerd en opgevangen te worden. Dit zijn de eerste stappen:

  • Laat de persoon en de ruimte waar het incident plaatsvond intact en identificeer de persoon.
  • Informeer de politie en de verantwoordelijke of leidinggevende in je team. Indien de dood nog niet is vastgesteld, is dit een taak voor een arts. Wanneer het om (een vermoeden van) zelfmoord gaat, is men verplicht bij de politie melding te maken van een niet-natuurlijk overlijden en zal de politie en een wetsgeneesheer ter plaatse komen om de feiten vast te stellen.
  • Informeer de huisarts van de overledene en betrek deze eventueel later bij het ondersteunen van de nabestaanden en de reconstructie (zie verder).
  • Informeer de teamleden en zorg voor opvang. Creëer een veilige omgeving waarin gevoelens gedeeld kunnen worden. Maak eventueel gebruik van bestaande richtlijnen of diensten (voorhanden in de zorginstelling of daarbuiten) voor opvang van personeel na traumatische gebeurtenissen.
  • Contacteer de nabestaanden en bied een eerste gesprek aan. Bereid het gesprek voor en trek voldoende tijd uit. Bied in het gesprek algemene informatie over zelfdoding en rouwen. Houd ook rekening met mogelijke kwaadheid en schuldprojecties. Pols tot slot bij wie ze terecht kunnen in hun omgeving voor steun en verwijs naar verdere hulp zoals het CAW en Werkgroep Verder: www.werkgroepverder.be
  • Informeer de medebewoners (indien van toepassing). Wees bij hen extra waakzaam voor mogelijke zelfmoordgedachten. Creëer een veilige omgeving waar gevoelens besproken kunnen worden en zorg voor een afscheids- of herdenkingsmoment.
  • Registreer de zelfdoding in het dossier.

TIP

Maak in je suïcidepreventiebeleid duidelijk wie welke betrokkenen wanneer informeert.

STAP 2: Opvolgen van het rouwproces

Ondersteuning van nabestaanden

Ondersteun het rouwproces

Nabestaanden gaan door een moeilijk rouwproces en blijven achter met grote onzekerheid, onbeantwoorde vragen en heftige emoties. Ze hebben behoefte aan het begrijpen van de oorzaak en aanleiding van de suïcide en van hun rol daarin.

Aanbevolen wordt om binnen de grenzen van het beroepsgeheim alle informatie te geven die kan helpen om de suïcide te kunnen begrijpen. Onderzoek toont dat dit bij nabestaanden kan zorgen voor een daling van de kans op depressieve klachten, angsten, suïcidaliteit & gecompliceerde rouw.

Wanneer rouw complexer en moeilijker verloopt dan gemiddeld, kan er sprake zijn van ‘gecompliceerde rouw’. Dit komt na verlies door suïcide vaker voor dan na een natuurlijk overlijden en is sterk geassocieerd met suïcidale gedachten en gedrag. Bij een gecompliceerd rouwproces is het aangewezen door te verwijzen naar een professionele hulpverlener, rouwinterventies kunnen dan doeltreffend zijn.

Wees alert voor suïcidaliteit

Nabestaanden vormen dus een kwetsbare groep en hebben ook zelf een verhoogd risico op het ontwikkelen van suïcidale gedachten en gedrag. Studies tonen dat één op de vijf nabestaanden kort na het verlies zelf suïcidegedachten heeft. Bevraag dus ook bij nabestaanden of ze suïcidale gedachten ervaren.

Verwijs naar steun en hulp

Uit onderzoek blijkt dat nabestaanden behoefte kunnen hebben aan professionele nazorg. Verwijs door indien nodig. Daarnaast geven nabestaanden aan steun te putten uit het eigen sociaal netwerk en lotgenotencontact. Stimuleer nabestaanden daarop beroep te doen en verwijs naar Werkgroep Verder (die onder meer lotgenotencontact organiseren).

Betrek de huisarts bij de vervolgzorg. Vaak vangt de huisarts de nabestaanden op of doen nabestaanden uit zichzelf een beroep op de huisarts.

Ondersteuning van het team

Een suïcide heeft een beduidende impact op hulpverleners, zowel op professioneel als op emotioneel vlak, ongeacht de beroepsgroep. Voorzie dus de nodige ondersteuning en hulp voor de betrokken hulpverleners, zowel individueel als op teamniveau, zowel op professioneel (bv. intervisie en opleiding) als op persoonlijk vlak (bv. therapie of lotgenotencontact) en zowel op korte als lange termijn.

STAP 3: Reconstrueren en evalueren van de zelfdoding

Het is tot slot belangrijk om een suïcide te reconstrueren en evalueren. Zorgvuldige postventie geeft betekenis aan het overlijden én kan het toekomstige preventiebeleid versterken.

Een reconstructie kan voor betrokken hulpverleners, het team en voorziening inzicht bieden in het suïcidale proces en onderliggende factoren. Een evaluatie kan daarnaast zorgen voor een optimalisatie van de aanpak in de toekomst.

Ga voor de reconstructie vooraf te rade bij nabestaanden en integreer de informatie die je uit de gesprekken met hen haalde in de verdere reconstructie en evaluatie. Betrek vervolgens alle betrokken hulpverleners (eventueel ook de huisarts en andere externe hulpverleners) bij de reconstructie en evaluatie.

Ter evaluatie kunnen verschillende systematische methodes gebruikt worden (bv. PRISMA, psychologische autopsie). Ook de leidraad Reconstructie en Evaluatie na Zelfdoding biedt hiervoor handvatten.

Aanbevelingen

  • Zorg na een suïcide voor een goede informatieoverdracht en opvang voor de verschillende betrokkenen met aandacht voor het beroepsgeheim (politie, huisarts, betrokken hulpverleners & team, nabestaanden).
  • Voorzie een zorgvuldige informatieoverdracht (zonder details) en een goede opvang voor medebewoners (indien van toepassing). Wees extra waakzaam voor hun suïcidaliteit en mogelijk kopieergedrag.
  • Maak in je suïcidepreventiebeleid duidelijk wie welke betrokkene wanneer informeert na een suïcide.
  • Volg het rouwproces op bij nabestaanden:
    • Overweeg bij gecompliceerde rouw het aanbieden van rouwinterventies.
    • Wees bewust van en alert voor een mogelijk verhoogd suïciderisico.
    • Moedig het gebruikmaken van steun uit het eigen netwerk en uit lotgenotencontact aan.
  • Voorzie voldoende ondersteuning en hulp voor betrokken hulpverleners:
    • Zowel individueel als op teamniveau (indien van toepassing).
    • Zowel op professioneel (bv. mogelijkheden tot intervisie, opleiding) als op persoonlijk vlak (bv. mogelijkheden tot therapie, lotgenotencontact).
    • Zowel op korte als op lange termijn.
  • Reconstrueer en evalueer de suïcide met alle betrokken hulpverleners.