Ga verder naar de inhoud

In de zorg voor personen met suïcidegedachten staan vier basisprincipes centraal:

Contact maken en houden

Om een goed beeld te krijgen van de suïcidale toestand en het unieke complex van factoren dat bij een persoon heeft geleid tot suïcidaliteit is een goed contact onontbeerlijk. Goed contact houdt in dat de persoon zich vrij kan voelen om over de suïcidegedachten te praten.

Aandachtspunten:

  • Besteed volledige aandacht aan de persoon en probeer je in de ‘mindset’ te verplaatsen door de crisis vanuit diens perspectief te zien.
  • Bevraag proactief suïcidale gedachten en intenties op een open manier en maak ze bespreekbaar.
  • Laat de persoon voluit spreken over de negatieve gevoelens en gedachten die aan de basis liggen van de mentale pijn en geef erkenning aan deze gevoelens. Het uiten van deze emoties kan opluchten en helpen bij het ordenen van gedachten.
  • Houd contact en volg de persoon goed op. Dit houdt in dat je de suïcidegedachten meermaals bevraagt en bespreekt en de zorg afstemt op de noden. Als de betrokkene in crisis is, zie de persoon dan sneller en meer frequent. Als de betrokkene niet naar een afspraak komt, neem dan meteen contact op. Hiermee geef je aan dat je betrokken bent.

Veiligheid bevorderen

Veiligheid kan nooit volledig gegarandeerd worden, maar om toekomstig suïcidaal gedrag te beperken is het goed om samen met de persoon met suïcidegedachten na te gaan hoe je de omgeving veilig kan maken en welke rol de persoon daar zelf kan in opnemen. Dit vormt ook een onderdeel van Safety Planning (zie verder).

Aandachtspunten:

  • Geef bij een lichamelijk letsel voorrang aan de behandeling van de somatische toestand en zorg ook voor psychosociale opvang.
  • Maak samen met de betrokkene een Safety Plan op. Wat dit inhoudt, lees je in het deel Interventies.
  • Bekijk hoe je de toegang tot middelen waarmee iemand zich zou kunnen beschadigen , kan beperken.
  • Bespreek met de persoon en naasten hoe zij kunnen helpen instaan voor een veilige omgeving. Houd hierbij rekening met hun mogelijkheden en draagkracht.
  • Zorg dat je weet hoe en wanneer je beroep kan doen op hulpdiensten, collega’s en beveiligingspersoneel.
  • Zorg voor een veilige infrastructuur. Meer hierover lees je in het deel Suïcidepreventiebeleid.

Naasten betrekken

Het is na te streven de suïcidale persoon te motiveren en te stimuleren om een naaste te betrekken in de verschillende fases van de hulpverlening, van intake tot nazorg. Naasten betrekken kan de band met de persoon en de naasten versterken en heeft een positief effect op de doeltreffendheid en duurzaamheid van de behandeling én de therapietrouw.

Naasten kunnen op verschillende vlakken een rol spelen. Zij kunnen inzicht bieden in de leefwereld van de betrokkene, meedenken over de hulp die nodig is en steun bieden bij de opvang en begeleiding van de persoon. Vaak zullen naasten ook zelf behoefte hebben aan psycho-educatie, steun en hulp.

Aandachtspunten:

  • Vooraleer je naasten betrekt: respecteer voldoende de autonomie van de suïcidale persoon en stimuleer die om de regie zelf in handen te nemen. Probeer op een actief coachende manier eerst samen de problemen in kaart te brengen, mogelijke oplossingen te zoeken, om vervolgens zorgvuldig en in overleg na te gaan of de situatie en context er zich toe lenen om naasten te betrekken.
  • Wanneer de hulpverlener de situatie en context gunstig acht om naasten te betrekken, maar de persoon met zelfmoordgedachten er niet meteen voor open staat, is het belangrijk de voordelen hiervan toe te lichten en de persoon actief te motiveren en stimuleren.
  • De mate waarin naasten betrokken worden, moet in overeenstemming zijn met hun bereidheid en hun draagkracht.
  • Naasten betrekken dient in overeenstemming te zijn met de privacywetgeving, de wet op de patiëntenrechten en het beroepsgeheim. Meer daarover lees je in het Deel Wetgeving.

Meer informatie en tips over hoe je naasten kan betrekken in de geestelijke gezondheidszorg lees je op: www.familiereflex.be

Zorgcontinuïteit bewaken

Suïcidaliteit kent een wisselend beloop. Het eenmalig bevragen of inschatten van de suïcidaliteit is bijgevolg niet voldoende. Bespreek suïcidaliteit dus regelmatig en wees extra waakzaam tijdens veranderingen (of hiaten) in het zorgtraject.

Transfermomenten tussen en binnen zorgorganisaties zijn immers risicovolle momenten waarop suïcidale gedachten en gedrag opnieuw kunnen toenemen. Op deze momenten (bv. bij doorverwijzing naar een andere hulpverlener, bij overplaatsing naar een andere behandelsetting of bij ontslag) moet er verhoogde aandacht zijn voor de suïcidaliteit en is een degelijke informatieoverdracht naar een volgende hulpverlener (en ook de huisarts) belangrijk. Lokale samenwerkingsafspraken met de zorgverstrekkers in de regio kunnen dit faciliteren (bv.: met huisartsen, mobiele crisisteams, CGG, …). Na doorverwijzing of ontslag kan een follow-up contact (bv. telefonisch) helpen om je betrokkenheid te tonen en om te zien of de persoon goed is terechtgekomen bij een volgende hulpverlener of dienst.

Aanbevelingen basisprincipes

  • Investeer in een goed contact en een goede therapeutische relatie met de persoon, waarbinnen suïcidegedachten openlijk kunnen worden besproken.
  • Bespreek met de persoon hoe je de veiligheid in crisismomenten kan bevorderen en stimuleer daarin de autonomie van de persoon.
  • Motiveer en stimuleer de persoon actief om naasten te betrekken, in elke fase van het zorgtraject (indien de situatie en context er zich toe lenen).
  • Volg suïcidaliteit goed op: herbevraag en herbespreek het regelmatig, in het bijzonder bij veranderingen in het klinisch beeld. Wees ook extra waakzaam tijdens transfermomenten in het zorgtraject.
  • Zorg voor een goede informatieoverdracht en goede samenwerkingsafspraken met de huisarts, andere hulpverleners en zorgvoorzieningen om de (na)zorg voor suïcidale personen te continueren en versterken.