pic

Basisprincipes

Contact maken

Om een goed beeld te krijgen van de suïcidale toestand en het unieke complex van factoren dat bij een persoon leidt tot suïcidaal gedrag is een goed contact onontbeerlijk. Goed contact houdt in dat de persoon zich vrij kan voelen om over zijn of haar zelfmoordgedachten te praten.

Een positieve therapeutische relatie bevordert de validiteit en betrouwbaarheid van de verzamelde informatie en vormt de basis voor het tonen van betrokkenheid en begrip, het leggen van contact met eventuele naasten en het organiseren van veiligheid en continuïteit van zorg.

Om een goed contact te maken dient de hulpverlener rekening te houden met volgende aandachtspunten:

  • Volledige aandacht aan de suïcidale persoon besteden en proberen zich in zijn of haar ‘mindset’ te verplaatsen door de crisis vanuit zijn of haar perspectief te zien.
  • De suïcidale persoon voluit laten spreken over zijn/haar negatieve gevoelens en gedachten die aan de basis liggen van de mentale pijn. Het uiten van deze emoties kan opluchten en plaats maken voor meer positieve gedachten.
  • De suïcidale persoon goed opvolgen. Als de betrokkene in crisis is, zie hem of haar dan sneller en meer frequent. Als de betrokkene niet komt opdagen, neem dan meteen contact op. Dit geeft aan dat je betrokken bent, wat zowel het zelfbeeld van de hulpvrager als de therapeutische relatie ten goede kan komen.
  • Suïcidale gedachten en intenties op een open manier bevragen en bespreekbaar maken. Hoe je dit kan doen, leer je in de e-learningmodule Detectie.

Veiligheid bevorderen

Veiligheid kan nooit volledig gegarandeerd worden, maar om toekomstig suïcidaal gedrag te beperken is het belangrijk om bij suïcidale personen maatregelen te nemen om de veiligheid te bevorderen. Bijvoorbeeld door te vermijden dat de betrokkene frequent alleen is en ervoor te zorgen dat er geen suïcidemiddelen voorhanden zijn.

De somatische toestand, de ernst van de suïcidaliteit, de mate van samenwerking tussen verschillende hulpverleners en de aanwezige steun van naasten bepalen welke interventies nodig zijn om de veiligheid van de suïcidale persoon zo goed mogelijk te waarborgen. Om meer veiligheid te creëren, dienen volgende aandachtspunten in acht genomen te worden:

  • Geef bij een lichamelijk letsel voorrang aan de behandeling van de somatische toestand.
  • Maak samen met de betrokkene een safety plan op. Wat dit inhoudt, leer je in de e-learningmodule Interventies.
  • Ga na hoe je de toegang tot middelen waarmee iemand zich zou kunnen beschadigen kan beperken.
  • Bespreek met naasten hoe zij kunnen helpen instaan voor de veiligheid van de hulpvrager. Houd hierbij rekening met hun mogelijkheden en draagkracht.
  • Ga indien nodig over tot verhoogd toezicht of gedwongen opname. Wanneer dit is aangewezen, leer je in de e-learningmodule Interventies.
  • Zorg dat je weet hoe en wanneer je beroep kan doen op hulpdiensten, collega’s en beveiligingspersoneel.
  • Zorg voor een veilige infrastructuur in de praktijk of instelling. Meer hierover lees je op de pagina over Suïcidepreventiebeleid.

Naasten betrekken

Het is na te streven de suïcidale persoon te motiveren en actief te stimuleren om de omgeving in de mate van het mogelijke te betrekken in de verschillende fases van de hulpverlening, van aanmelding tot nazorg. Dit kan een positief effect hebben op het contact met de hulpvrager, de kwaliteit van de werkrelatie met de hulpvrager en zijn of haar naasten, de effectiviteit en duurzaamheid van de behandeling en de therapietrouw.

Naasten kunnen op verschillende vlakken een rol spelen in de hulpverlening:

  • Zij kunnen zelf informatie bieden over de betrokkene (bv. over eerdere pogingen, recente ingrijpende levensgebeurtenissen of veranderingen) en meedenken over de hulp die nodig is.
  • Ze kunnen hulp en steun bieden bij de opvang en begeleiding van de suïcidale persoon en bij de evaluatie van de behandeling.
  • Door hen te betrekken kunnen zij meer bewust gemaakt worden van het belang van verdere hulpverlening. Wanneer zij een positieve houding hebben ten opzichte van hulpverlening, kan dit tot gevolg hebben dat de patiënt meer bereid is om in te gaan op deze vervolgzorg.
  • Zij kunnen ook zelf behoefte hebben aan psycho-educatie, steun en hulp. Het samenleven met iemand met zelfmoordgedachten of iemand die een poging ondernam kan immers een grote emotionele impact hebben op naasten.

Volgende voorwaarden zijn echter van belang:

  • Ga niet te snel over tot het betrekken van naasten. Respecteer eerst voldoende de autonomie van de suïcidale persoon en stimuleer hem/haar de regie zelf in handen te nemen. Probeer op een actief coachende manier eerst samen de problemen in kaart te brengen, mogelijke oplossingen te zoeken, om vervolgens zorgvuldig en in overleg na te gaan of de situatie en context er zich toe leent om naasten te betrekken.
  • Wanneer de hulpverlener de situatie en context gunstig acht om naasten te betrekken, maar de suïcidale persoon er niet meteen voor open staat, is het belangrijk de voordelen hiervan toe te lichten en de persoon voldoende en actief te motiveren en stimuleren. Voornamelijk bij kinderen en jongeren is dit motivatieproces essentieel.
  • De mate waarin naasten betrokken worden, moet in overeenstemming zijn met hun bereidheid en hun draagkracht.
  • Naasten betrekken dient in overeenstemming te zijn met de privacywetgeving, de wet op de patiëntenrechten en het beroepsgeheim (zie de pagina over Gezondheidszorgwetgeving).

Continuïteit van zorg

Suïcidaliteit kent een wisselend beloop, het onderzoek naar de suïcidale toestand dient dan ook regelmatig herhaald te worden.

Daarnaast dient er een degelijke informatieoverdracht voorzien te worden bij transfermomenten tussen en binnen zorgorganisaties. Lokale samenwerkingsafspraken met de zorgverstrekkers in de regio kunnen dit faciliteren (bv.: met huisartsen, mobiele crisisteams, CGG, …). Het is belangrijk dat de zorgprocessen voor suïcidale personen naadloos op elkaar aansluiten.

Ook na de behandeling dient de suïcidale persoon opgevolgd te worden, bijvoorbeeld met behulp van brieven, huisbezoeken, telefoongesprekken, sms, e-mails en postkaarten. Het actief volgen van patiënten na een suïcidepoging helpt om de therapietrouw te verbeteren en kan het aantal suïcidepogingen doen dalen.

Meer over de opvang en follow-up van patiënten na een poging leer je in de e-learningmodule Na een poging.

image

Download hier de volledige richtlijn.

Download PDF