Ga verder naar de inhoud

Suïcidepreventie bij personen met autisme

Ontdek de nieuwe leidraad voor suïcidepreventie bij personen met autisme.

Over deze leidraad

Personen met autisme vormen een risicogroep voor het ontwikkelen van suïcidaliteit. Preventie is mogelijk en hard nodig. Desondanks is er weinig kennis over hoe je suïcidaliteit aanpakt bij deze doelgroep.

Daarom ontwikkelde het VLESP deze adviezen met de steun van de Vlaamse Overheid, in het kader van het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie en het Strategisch Plan Autisme

De adviezen kwamen tot stand op basis van wetenschappelijke literatuur, internationale richtlijnen, een kwalitatief onderzoek in samenwerking met de Academische Werkplaats Autisme (AWA) met behulp van een klankbordgroep van deskundigen.

Tip!

De adviezen in deze leidraad richten zich in de eerste plaats tot hulpverleners, maar kunnen ook helpend zijn voor andere professionelen die in contact komen met personen met autisme. De leidraad gaat over zorg aan personen met autisme of een vermoeden van autisme.

Terminologie


Autisme

Autisme komt voor bij ongeveer 1% van de bevolking. Meer basisinformatie over autisme vind je op de pagina van Participate-autisme. Daarnaast vind je ook achtergrondinformatie terug in onze richtlijn 'Suïcidepreventie bij personen met autisme'

De voorkeur gaat uit naar de term ‘autisme’ in plaats van ‘autismespectrumstoornis’: de autistische gemeenschap ervaart de term 'autismespectrumstoornis' mogelijk als stigmatiserend vanwege de nadruk op ‘stoornis’.

Er zijn twee stromingen in het taalgebruik over autisme: person-first language waarbij de focus ligt op de persoon als 'persoon met autisme' en identity-first language waarbij de focus juist ligt op het autisme als 'autistisch persoon'. In een gesprek raden we aan om de voorkeur van de persoon te volgen.


Suïcidaliteit

De termen zelfmoord, zelfdoding en suïcide zijn synoniemen. Volg in de hulpverlening de term die de persoon zelf gebruikt of verkiest. Soms hebben personen met autisme immers een uitgesproken mening over welke term ze verkiezen en gebruiken ze bijvoorbeeld liever niet de term ‘zelfmoord’.

Verder onderscheiden we ook suïcidale gedachten (denken over zelfmoord) en suïcidaal gedrag (een poging tot zelfmoord ondernemen). De term 'suïcidaliteit' kan zowel verwijzen naar suïcidale gedachten als naar suïcidaal gedrag.

Meer basisinformatie over zelfmoord vind je op de website van Zelfmoord 1813.

Mythes


“Autistische personen die praten over zelfdoding, doen het niet.”

Wanneer iemand praat over zelfdoding, is dit een signaal dat het echt niet goed gaat. Beschouw het dus niet als ‘aandachttrekkerij’ en ga er niet aan voorbij. Neem elk signaal ernstig en ga erover in gesprek, dit is de sleutel naar preventie.

“Door zelfmoordgedachten te bevragen bij personen met autisme, breng je hen op ideeën.”

Suïcidegedachten of -pogingen kunnen niet plots ontstaan vanuit een gesprek erover. Aan de basis ligt immers steeds een complex en langdurig proces waarin veel factoren een rol spelen. Door het gesprek erover aan te gaan doorbreek je juist de stilte en het taboe en maak je preventie mogelijk.

“Zelfmoord kan je niet voorkomen bij personen met autisme.”

Ook bij personen met autisme is het mogelijk om zelfmoord te voorkomen. Vroegdetectie van suïcidegedachten en het bespreekbaar maken van suïcidaliteit is hierin een eerste stap.

“Personen met autisme die aan zelfdoding denken, hebben geen wens meer om te leven.”

Een doodswens is vaak ambivalent, ook bij personen met autisme. Dit betekent dat men vaak niet zozeer dood wil, maar geen mogelijkheid meer ziet om op de huidige manier verder te leven. Het verlangen naar een ander leven is dikwijls sterker dan het verlangen om dood te zijn. Dit biedt mogelijkheden tot preventie.


Basisprincipes voor zorg aan suïcidale personen met autisme


Vier basisprincipes staan centraal in de zorg aan suïcidale personen met autisme:

1. Contact maken

Maak contact met de persoon op een manier die aansluit bij hun communicatiestijl en met begrip voor hun leefwereld. Zo schep je een klimaat waarin je gedachten over de dood en suïcidaliteit openlijk kan bespreken.

2. Veiligheid bevorderen

Personen met autisme dienen inzicht, een plan van aanpak en vaardigheden ter beschikking te hebben om een crisis te kunnen overbruggen.

3. Naasten betrekken

Een goed contact met naasten is in de zorg voor personen met autisme essentieel.

4. Zorgcontinuïteit bewaken

Hiaten en transitiemomenten in het zorgtraject kunnen risicovolle momenten zijn en het suïciderisico verhogen. Een goede opvolging van personen met autisme voor, tijdens en na de behandeling van suïcidaliteit is daarom van belang.